Hoaxes‎ > ‎

HOAX: 9.000 euro maandelijks pensioen voor EU-ambtenaren

De Hoax-Wijzer | 03/10/2014 | Update: 10/10/2014



Reeds verschillende jaren circuleert er op het internet een bericht met de bewering dat EU-ambtenaren op hun 50 met pensioen kunnen gaan om vervolgens maandelijkse pensioenuitkering ontvangen van maar liefst 9000 euro. Het gaat hier echter om een hoax die is ontstaan ten gevolge van foute informatie in een artikel van Het Nieuwsblad uit 2005.

De circulerende tekst luidt als volgt:

Hier zakt toch echt je broek van af zeg.

  GOEDGEKEURD !!!

  Pensioen op 50 jaar.

   Met 9.000 euro maandelijks voor EU- ambtenaren.

340 Europese ambtenaren gaan dit jaar met vervroegd pensioen vanaf 50 jaar en met een pensioen van 9.000 euro (bruto) per maand.
Reden: Om ambtenaren uit de nieuwe lidstaten van de Europese Unie (Polen, Malta, Estland) aan de slag te helpen, geeft de EU functionarissen uit de oude lidstaten (België, Duitsland, Frankrijk) dus een gouden handdruk.

Daar word ik nu ziek van !!!
Waarom......en wie betaalt dit allemaal???????
En jongeren moeten steeds langer werken voor een bedenkelijk pensioentje.
Dan vragen ze zich af, hoe zou het toch komen dat de kloof tussen burger en politiek zo groot is ??

Doorsturen a.u.b.. Iedereen moet dit weten!!!!!!!



Het verhaal van de riante pensioenuitkeringen voor EU-ambtenaren is ontstaan door een artikel uit 2005 op Het Nieuwsblad. Hoewel er verschillende fouten in het artikel stonden, heeft de krant vooralsnog geen aanpassing of update geplaatst. Hierdoor is het onjuiste nieuws verschillende jaren nadien telkens opnieuw beginnen circuleren, ook op Facebook waar het sinds februari 2014 als afbeelding wordt gedeeld. Eveneens in 2014 werd er zelfs een online petitie opgestart, die na een klein half jaar niet minder dan 6 handtekeningen heeft kunnen verzamelen.


PENSIOENREGELING

Het krantenartikel van 2005 verwees naar een pensioenregeling uit 2004. Volgens deze regeling was het voor ambtenaren van de Europese Unie inderdaad mogelijk om vanaf 50 jaar met pensioen te gaan. Het betreft hier een tijdelijke regeling die van kracht was tussen 2002 en 2004, en die op 1 mei 2004 beëindigd werd. Dit wil zeggen dat deze regeling reeds meer dan 10 jaar niet meer actueel is. De bedoeling van de regeling was om personeelsleden te vervangen, indien hun bekwaamheden op vlak van de door hen uit te voeren taken niet meer relevant waren. Het gaat hier echter niet om een gedwongen pensionering, elke werknemer was vrij om hier al dan niet gebruik van te maken.

Het bedrag van de maandelijkse pensioenuitkering werd voor deze regeling bepaald met een verminderingsfactor - een actuariële factor die rekening houdt met de bijkomende jaren waarvoor de vervroegd gepensioneerde naar verwachting een pensioen zou ontvangen. Met andere woorden, hoe vroeger een ambtenaar van de EU met pensioen wou gaan via de regeling van 2002-2004, hoe lager de pensioenuitkering die hij maandelijks zou ontvangen. Dit maakte de regeling van vervroegd pensioen vanzelfsprekend niet erg aantrekkelijk, met als gevolg dat weinig ambtenaren hier gebruik van hebben gemaakt. Bovendien is het dan helemaal onmogelijk dat een vervroegd gepensioneerd EU-ambtenaar een pensioenuitkering van 9000 € per maand zou ontvangen.

Inmiddels is de regeling voor vervroegde pensionering voor ambtenaren van de Europese Unie redelijk versoberd. De minimum leeftijd ligt sinds 1 mei 2004 niet meer op 50 jaar maar op 55 jaar, en de uitkering zelf wordt verlaagd met 3,5% per jaar dat onder de normale pensioneringsleeftijd ligt. Een onderdeel van deze hervorming bepaalt ook dat maximum 600 personeelsleden van 55 jaar of ouder onder gunstige voorwaarden met pensioen kunnen gaan, en een uitkering kunnen krijgen die gelijk staat aan 60% tot 70% van hun laatste salaris. Ook hier is een pensioenuitkering van 9000 € per maand aldus onmogelijk. Deze uitkeringsregeling vervalt bovendien wanneer ze hun normale pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, waarbij de normale pensioenuitkering van kracht wordt.


SALARISSEN EN BESPARINGEN

Volgens de cijfers die Vacature bekend maakte in 2012, liggen de salarissen van contractuele medewerkers tussen de 1847 € en de 6599 € bruto, uiteraard afhankelijk van de functie en bijbehorende verantwoordelijkheid. Volgens een (ongedateerd) artikel van Jobat begint het basissalaris van EU-ambtenaren aan 2300 € bruto per maand. Indien men van dit salaris 70% neemt om een pensioenuitkering te berekenen, ligt het bedrag nog steeds beduidend lager dan 9000 € aangezien het salaris op zich dat bedrag al niet bereikte. Hoewel er voor een aantal ambtenaren wel bijkomende (belastingvrije) vergoedingen zijn, maken die geen deel uit van het salaris op zich en kunnen ze dus ook geen deel uitmaken van de berekening van de pensioenuitkering. Enkel topambtenaren, zoals directeurs-generaal, ontvangen een beduidend hoger salaris tot 16.000 € (Jobat) of 18.370 € (Vacature) bruto per maand. Hoewel dit op zich een riant bedrag mag lijken, is dit geen abnormale verloning voor een functie met inhoudelijk veel verantwoordelijkheid; gelijkaardige en soms zelfs hogere salarissen worden uitgekeerd aan directeurs van commerciële bedrijven.

Over het algemeen blijkt dat de meeste ambtenaren van de EU er de voorkeur aan geven om langer te blijven werken, en niet om op vroege leeftijd met pensioen te gaan. Tussen 2002 en 2004 zijn er welbepaald 530 ambtenaren via deze regeling met pensioen gegaan. Hoewel dit op zich weer veel mag lijken, moet men rekening houden met het feit dat er maar liefst 55.000 personeelsleden in dienst zijn voor Europese instellingen, waarvan zo'n 33.000 werkzaam zijn voor de Europese Commissie. Het gaat dus om slechts 1,6% van het totale personeel (van de EC) dat geopteerd heeft voor de vervroegde pensioensregeling. Deze 530 gepensioneerde ambtenaren werden vervolgens vervangen door 294 nieuwe ambtenaren. Er heeft in feite dus een afslanking van het personeel plaatsgevonden, met op lange termijn ook een lagere loonkost. Deze regeling staat echter geheel los van de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie. Het is dus onjuist dat Belgische, Duitse en Franse ambtenaren (of functionarissen) op pensioen werden gezet opdat er nieuw personeel van Polen, Malta en Estland zou kunnen worden aangenomen. De pensioenregeling was immers niet verplicht, en de nieuw aangenomen ambtenaren dienden niet van nieuwe (of andere specifieke) lidstaten afkomstig te zijn.


BIJKOMENDE BESPARINGEN

Inmiddels hebben er nog meerdere hervormingen plaatsgevonden wat de pensioenregeling betreft bij de EU. Ook zijn er inmiddels lagere salarisschalen ingevoerd voor medewerkers die na 2004 in dienst zijn getreden, en werd de stijging van EU-salarissen in het algemeen beperkt in 2009 en 2010. Ook in 2012 werden loonsverhogingen beperkt tot 0,8%, en de lonen werden bevroren in 2013 en 2014. Deze inperking dreigde echter in het gedrang te komen met het verstrijken van een solidariteitsbelasting in 2012, wat een onopzettelijke en ongeplande loonsverhoging van 5,5% als gevolg had. Het wegvallen van deze belasting was veroorzaakt door het Verenigd Koninkrijk die de tijdige invoering van een nieuwe, vervangende belasting had geblokkeerd, maar in juni 2013 kwam het dan toch tot een akkoord om een nieuwe solidariteitsbelasting van 6% in te voeren (voor de hogere rangen en commissarissen is dat 7%).

Inmiddels steeg ook de werkweek voor alle ambtenaren van 37,5 naar 40 uur zonder financiële compensatie, en werd de normale pensioenleeftijd opgetrokken van 63 naar 66 jaar (65 jaar voor huidige ambtenaren). Bij dit alles dient te worden opgemerkt dat het specifiek ambtenaren en aldus personeel betreft, niet de leden van de commissie zelf. Deze laatste zijn immers niet in vaste loondienst, maar ontvangen een mandaat op basis van (her)verkiezingen, waardoor de situatie niet vergelijkbaar is.